Hoe Vlaanderen naar de flanken van het politieke spectrum verschuift
Ongeveer één op de drie Vlamingen zou volgens recente peilingen stemmen op Vlaams Belang (VB) of de Partij van de Arbeid (PVDA) bij federale verkiezingen. Partijen aan de uiterste flanken van het politieke spectrum winnen terrein, terwijl traditionele centrumpartijen steeds meer kiezers verliezen.
Die electorale verschuiving herschikt het Vlaamse politieke landschap. Waar christendemocraten, liberalen en socialisten decennialang het politieke midden vormden, groeit vandaag de aantrekkingskracht van radicalere stemmen aan beide zijden van het spectrum.
Hoe gepolariseerd is Vlaanderen vandaag werkelijk geworden? En wat schuilt er achter de politieke verschuivingen?
De Vlucht uit het Midden
Steeds meer Vlamingen stemmen op partijen aan de politieke polen, waardoor het traditionele midden onder druk staat. Verkiezingsresultaten schommelen doorgaans, maar zowel de PVDA als het VB kennen een structurele groei sinds de verkiezingen in mei 2014.
In dat jaar behaalde het VB net de kiesdrempel met 5,5 procent van de Vlaamse stemmen. De PVDA kon nog geen 3 procent van de Vlamingen overtuigen. Bijna de helft van de Vlamingen stemde op het traditionele midden.
Peilingresultaten per categorie
Peilingresultaten van het Vlaamse electoraat per categorie (2014–2026)
Bron: De Grote Peiling — Gezamenlijk peilingsonderzoek van HLN, VTM Nieuws, RTL en Le Soir. Categorieën: Radicaal blok = PVDA & VB · Centrumflank = Groen & N-VA · Traditioneel midden = Vooruit, CD&V & Anders
Bij de verkiezingen in juni 2024 boekten de radicale partijen grote winst. De PVDA vestigde zich boven de kiesdrempel, de groenen en de liberalen. Nog indrukwekkender was het resultaat van het VB: de radicaal-rechtse partij klom boven de 20 procent en werd de op één na grootste van het land.
De Grote Peiling (van HLN, VTM NIEUWS, RTL en Le Soir) van maart dit jaar, stelt dat deze trend zich voortzet. Sterker nog, VB hijgt in de nek van de N-VA met ruim een kwart van de stemmen. PVDA flirt bovendien met dubbele cijfers. Samen zijn deze twee partijen goed voor een derde van het Vlaamse electoraat en groter dan het gezamenlijke centrum.
Vlaamse kiezersstromen bij federale verkiezingen
Nettokiezersstromen tussen Vlaamse partijen per verkiezingsperiode (in %). Kies een periode, richting en partij.
Periode
2014 → 2019
2019 → 2024
Richting
Uitstroom
Instroom
Partij
PVDA (+)
Groen
Vooruit (SP.A)
CD&V
Open VLD
N-VA
VB
Bronnen:
Van Erkel et al. (2019), Verschuivingen in Partijvoorkeur 2014–2019, UAntwerpen, KU Leuven & UCLouvain —
Walgrave et al. (2024), Voter shifts 2019–2024, UAntwerpen & ULB.
Eigen berekening op basis van verkiezingsresultaten (IBZ) via iterative proportional fitting.
Ook de kiezersstromen tussen partijen bevestigen dat de verschuivingen binnen het Vlaamse electoraat meer zijn dan tijdelijke schommelingen. Vooral Vlaams Belang slaagde erin om kiezers van andere partijen aan zich te binden. Tussen 2014 en 2019 maakten bijna 300.000 voormalige N-VA-kiezers de overstap naar de radicaal-rechtse partij. Sterker nog: in 2019 stemden meer ex-N-VA-kiezers op Vlaams Belang dan mensen die in 2014 al voor die partij hadden gekozen.
Ook de PVDA groeide vooral door kiezers van Vooruit en Groen aan te trekken. Daarnaast blijkt de O/B/A-categorie, die bestaat uit stemmen voor kleinere partijen, blanco of ongeldige stemmen en niet-stemmers, een belangrijke bron van electorale beweging. Omdat die groep vaak wordt geassocieerd met politieke onvrede, lijkt de groei van de flankpartijen nauw verbonden met protestgedrag tegenover de traditionele politiek.
Ongenoegen en Populisme
Ondanks die structurele groei aan de flanken is er toch weinig sprake van een ideologisch radicaliserende bevolking. “Burgers zijn niet radicaler, maar wel meer ontevreden geworden over de politiek”, stelt professor dr. Stefaan Walgrave, politicoloog aan de Universiteit Antwerpen. “De studie naar ideologische polarisatie kijkt naar de vraag of burgers doorheen de tijd meer links of rechts zijn gaan denken. Daar zien we nauwelijks verschuivingen”, stelt hij vast.
Vlaamse verschuiving op het politieke kompas (2010-2024)
De grootte van de cirkel geeft het aantal kiezers bij federale verkiezingen in het respectievelijke jaar weer
Bron: Chapel Hill Expert Survey (CHES) en IBZ
Toch zien we een groeiend aandeel mensen op dergelijke stromingen stemmen. “De radicale partijen, zowel aan de linkerzijde als aan de rechterzijde, zijn een soort stofzuigers van politiek ongenoegen”, meent prof. Walgrave.
De politicoloog meent dat de flankpartijen daarvoor een populistische logica gebruiken. Daarbij presenteren ze zich als stem van het volk, met kritiek op een “wereldvreemde elite” die volgens hen niet luistert en vooral haar eigen belangen zou dienen. Die framing vertaalt dat ongenoegen en trekt vervolgens mensen aan.
“Als de politieke ontevredenheid toeneemt, dan heb je die partijen om je middenvinger op te steken”
Stefaan Walgrave (UA)
Op die manier trekt de linkerzijde het ongenoegen naar zich toe met sociaal-economische thema’s zoals ongelijkheid en de kloof tussen arm en rijk. De rechterflank thematiseert daarentegen dat ongenoegen met een sociaal-culturele bril waar onder meer migratie en criminaliteit toe behoren.
Honderdjarige parallel
Volgens professor dr. Bruno De Wever, historicus aan de Universiteit Gent, was dat honderd jaar geleden bijna identiek: “in het interbellum zie je als gevolg van de economische crisis ook al tekenen van polarisering.”
In 1936 bereikte de Belgische politiek een kantelpunt waarbij het extreemrechtse Vlaams Nationaal Verbond (VNV), het Waalse extremistische Rex en de extreemlinkse Kommunistische Partij België (KPB) in totaal 46 zetels veroverden. Dat is een verviervoudiging tegenover de vorige legislatuur.
Verlies van welvaart
“Het ongenoegen gaat in de jaren dertig in het bijzonder over het verlies van welvaart. Een groot verschil met het interbellum is natuurlijk dat wij vandaag een welvaartstaat hebben. Die crisis trof de gezinnen dus veel zwaarder dan vandaag.”, verklaart prof. De Wever.
“Je ziet dat een aantal thema’s die in de jaren dertig gevoelig lagen, vandaag wederom opduiken.”
Bruno De Wever (UGent)
De economische crisis was volgens de rechterflank deels te wijten aan immigranten. Die namen het werk over en hanteerden oneerlijke handelspraktijken. De linkerzijde creëerde daarentegen een discours rondom les banqusters. Het is een contaminatie van “bankiers” en “gangsters”, verwijzend naar de superrijken.
Communautaire Breuk
In de jaren zestig ontstond een nieuwe breuk in het politieke landschap, die er vandaag nog steeds is. Met uitzondering van de PVDA zijn alle partijen communautair gesplitst in twee taalgebonden partijen. Bovendien vormt de taalgrens ook een kloof in stemgedrag. Vlamingen neigen over het algemeen meer naar centrumrechts, terwijl de Franstalige electoraten naar centrumlinks trekken.
PVDA-PTB (Parti du Travail de Belgique, de Franstalige tak van de partij) heeft buiten Vlaanderen al wat langer een sterke aanwezigheid. Volgens De Stemming van eind mei, een onderzoek waar prof. Walgrave aan meewerkte, overtuigt de partij ruim een vijfde van de Brusselaars en zeventien procent van de Waalse stemmen.
Fundamenteel probleem
In die regio’s is er tevens geen radicaal-rechtse flankpartij. Volgens de politicoloog positioneert de Franstalige liberale partij, Mouvement Réformateur(MR), zich daarbij duidelijk aan de rechterzijde van het politieke spectrum. “Ze gebruiken een soort vooruitziende strategie om geen ruimte te laten voor een radicaal rechtse partij”, stelt prof. Walgrave.
Volgens datzelfde onderzoek zou één op de vijf Vlamingen op Vlaams Belang stemmen en één op de tien op PVDA. Wederom gaan er drie op de tien stemmen naar een radicale partij. De politicoloog gelooft dat er een fundamenteel probleem is in de manier waarop mensen over politiek denken en wat ze ervan verwachten.
Het Belang van Thema’s
Prof. Walgrave wijst bovendien naar de belangen die met de tijd veranderen in waarde. Een studie van de politicoloog toont met identieke vragen aan dat Vlamingen in 1991 even negatief waren over migratie als anno 2026. “Het grote verschil is dat het belang van migratie sindsdien enorm is toegenomen”, stelt prof. Walgrave. “Als je aan mensen zou gevraagd hebben wat het belangrijkste thema is, dan zou migratie helemaal onderaan gestaan hebben.” Het is vooral het belang van die thema’s dat is toegenomen, eerder dan dat mensen van mening zijn veranderd.
Wat vinden Vlaamse kiezers het belangrijkste?
Aandeel kiezers per partij dat dit thema als prioriteit aanduidt
Bron: De Stemming — Jaarlijks onderzoek in opdracht van VRT NWS, De Standaard en RTBF,
uitgevoerd door de Universiteit Antwerpen en de Université Libre de Bruxelles.
Bepaalde thema’s zijn dan ook sterk verbonden met het electoraat van specifieke partijen. Wanneer die thema’s aan belang winnen in de maatschappij, vertaalt dat in electorale groei voor partijen die zich er expliciet op profileren. Zo wordt migratie door VB-kiezers duidelijk als prioriteit naar voren geschoven, terwijl PVDA-kiezers vaker verwijzen naar ongelijkheid en politieke representatie.
Op Vlaams niveau zien we dat de belangrijkste prioriteiten momenteel onder meer begroting en financiën zijn, gevolgd door politieke representatie. Migratie blijft een belangrijk thema op de agenda van het Vlaamse electoraat, maar is minder relevant sinds de laatste federale verkiezingen.
Digitale Doorbraak
Volgens Walgrave gaat het niet alleen om het toenemende belang van bepaalde thema’s. Ook de communicatiecontext is sterk veranderd: via platformen zoals Facebook, X en TikTok kunnen flankpartijen de traditionele media deels omzeilen en rechtstreeks communiceren met hun doelpubliek.
Volgens de politicoloog biedt dit flankpartijen een bijkomend communicatiekanaal naast de klassieke nieuwsmedia, waar hun zichtbaarheid niet altijd in verhouding staat tot hun electorale gewicht. In het politieke debat spreekt men over een cordon médiatique rond het Vlaams Belang, naast het bestaande cordon sanitaire.
Tegelijk benadrukt Walgrave dat dit geen oorzaak is van het ongenoegen zelf, maar wel een factor die het aanboren ervan vereenvoudigt.
Politieke Zendtijd
Aandeel van de zendtijd per zender, per partij (2024)
Bron: Van Aelst, P., Walgrave, S., Tillemans, H. & Depauw, C. (2025).
Onpartijdigheid van de VRT-nieuwsberichtgeving 2024.
Onderzoeksgroep Media, Middenveld en Politiek, Universiteit Antwerpen.
Rapport uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse Regulator voor de Media (VRM), Deel 1 (maart 2025).
Gestaag Groeiend Links
De diagnose van de experts is duidelijk. Politiek ongenoegen, verschuivende prioriteiten en een veranderde informatieomgeving hebben de flankpartijen wind in de zeilen gegeven. Maar wie de sleutelfiguren zelf aan het woord laat, krijgt een fundamenteel ander verhaal te horen.
Jos D’Haese, PVDA-fractieleider in het Vlaams Parlement, wijst op een bewuste koerswijziging. Na het vernieuwingscongres van 2008 ruilde de partij het doctrinaire vingerwijzen voor een aanpak die dichter bij de mensen staat.
“We willen als partij mensen emanciperen en hun rug leren rechten.”
Jos D’Haese (PVDA)
Dat blijkt ook te werken, gezien de gestage groei. “We willen immers geen explosieve stijging, want dat zou snel een heel grote daling kunnen veroorzaken”, stelt D’Haese.
Zeer sociale media
Die groei is volgens D’Haese ook deels te danken aan sociale media. De fractieleider wijst daarbij op de ongelijke zichtbaarheid van partijen in de traditionele media. “Waar De Wever en Rousseau iedere dag een forum krijgen, missen wij natuurlijk een kanaal.”
Sociale media vormen voor de PVDA daarom meer dan een alternatief communicatiekanaal. “Wij willen overal zijn waar de mensen zijn. En dat is dus ook op sociale media.” Volgens D’Haese bieden die platformen bovendien de mogelijkheid om rechtstreeks in gesprek te gaan met burgers en hen te mobiliseren. Daarbij trachten ze bijvoorbeeld aan te moedigen om lid te worden, een petitie te ondertekenen of zich aan te sluiten bij een vakbond.
Verder duidt hij ook een externe factor aan om die groei te verklaren. “Wat je ziet is dat mensen de traditionele politiek kotsbeu zijn”, zegt D’Haese. “Men heeft jaar na jaar dezelfde beloftes gekregen, en die worden telkens opnieuw verbroken.”
Dat onderbouwt het marxistische boegbeeld met de verhoging van de pensioenleeftijd tijdens de regering-Michel en de daaropvolgende pensioenmalus, die door de huidige regering werd goedgekeurd. De maatregelen werden ingevoerd door dezelfde partijen die beloofden dat niet te doen.
Uitzonderlijk in Europa
“De mensen uiten die ergernis vervolgens in een uiterst-linkse of -rechtse proteststem. Op dit moment is de radicaal-rechtse zijde de gemakkelijkste keuze doorheen Europa. Maar het feit dat dat ongenoegen hier ook naar links gaat, wat zelden in de rest van het continent gebeurt, dat ligt volgens mij voor een groot stuk aan ons werk”, stelt D’Haese vast.
Het ongenoegen naar boven richten
Hij verklaart het succes van zijn partij door te stellen dat ze het ongenoegen “naar boven” richten, in tegenstelling tot hun radicaal-rechtse tegenhangers, die volgens hem “een aantal zondebokken uitkiezen en die vervolgens naar beneden stampen”.
Ook de radicaal-linkse partij maakt volgens academici een populistische tegenstelling, maar dan tegenover het grootkapitaal. “Wij zijn een marxistische partij en maken een klassenanalyse”, nuanceert D’Haese.
Volgens de fractieleider verschilt die analyse met de rechtse zondebok-strategie omdat ze het doel heeft om de samenleving te veranderen. “Ik zeg niet dat mensen die rijk zijn ook de oorzaak zijn van de problemen in onze samenleving als persoon. Dat heeft daar niets mee te maken. We hebben een probleem met ons systeem, waarbij de ene rijker wordt en de andere armer”, klinkt het.
Exploderend Rechts
Aan de overkant van het spectrum klinkt een verrassend gelijkaardig geluid. “De oude partijen zijn niet geschikt voor de nieuwe tijd”, stelt Tom Van Grieken, voorzitter van het Vlaams Belang. “Het zijn partijen die ideologisch ontstaan zijn in de 19e eeuw. Die hebben vervolgens hun programma gerealiseerd in de 20e eeuw. En ze hebben uiteindelijk geen antwoord meer op de problemen van de 21e eeuw.”
Nieuwe dominante breuklijn
Volgens het nationalistische boegbeeld is er een nieuwe dominante breuklijn ontstaan: die tussen globalisten en nationalisten. Daarin identificeert hij VB als consequente centrumpartij. “Ik denk, met het discours dat wij naar buiten brengen, dat wij in het Vlaanderen van 1950 gewoon de rechterflank waren van de Christelijke Volkspartij (CVP)”, stelt Van Grieken.
De partij plaatst die evolutie ook in een langere historische lijn. “Vanaf de dag van de oprichting in 1977 is dat kiempje daar geplaatst”, zegt de voorzitter. “Sindsdien is er zowel electorale opgang als neergang geweest, maar fundamenteel heeft ons gedachtegoed alleen maar gewonnen.”
Van Oppositie naar Beleid
Ook de strategische koerswijziging in 2004 wordt daarbij als belangrijk kantelpunt gezien. Waar het Vlaams Blok volgens hem vooral een oppositiepartij was, maakte het Vlaams Belang de keuze om ook beleidspartij te worden.
Die verschuiving en de aanstelling van de voorzitter gingen gepaard met een sterke electorale groei. “We zijn een partij die is opgekrikt van vijf procent in de verkiezingen van 2014 naar 18 procent in die van 2019”, aldus Van Grieken. De partij zag haar electoraat groeien van een kwart miljoen naar 800.000 stemmen. “Dan dacht ik: wat doe ik ermee? Wil ik de rest van mijn politieke carrière in de oppositie zitten of die verantwoordelijkheid dragen?”
Hij nuanceert daarbij ook het klassieke oppositiebeeld van zijn partij. “Ik ken vandaag geen enkele kiezer die zegt: u hebt gelijk meneer Van Grieken, maar als je de kans hebt om de wetten aan te passen of het beleid: doe het dan niet.”
Voor de centrumpartijen meent Van Grieken het tegendeel. “Alle regeringen hebben meer belastingen, meer staatsschuld en meer migratie veroorzaakt”, voegt Van Grieken toe. “Of de kiezer nu voor de blauwen (Anders), de oranje (CD&V) of de roden (Vooruit) stemt, de richting ligt eigenlijk vast.” Daarmee verwijst hij naar de inwisselbaarheid van het politieke midden om het groeiende ongenoegen te verklaren.
“De stemmer heeft zeven politieke partijen, maar twee politieke keuzes.”
Tom Van Grieken (Vlaams Belang)
Verder verwerpt hij de these dat zijn kiezers enkel protesteren. “Waarom is een stem op Jordan Bardella een antistem en geen pro-stem? Waarom is een stem op Kamala Harris geen anti-Trump-stem, maar een stem van de hoop?” relativeert hij. De voorzitter gelooft dat ze vaak de stem van de hoop zijn, geen antistem zoals experten beweren.
Mainstream
Bovendien verwerpt hij de framing van academici die het Vlaams Belang als een extremistische partij bestempelen. Volgens Van Grieken zijn de standpunten van zijn partij over migratie eerder mainstream. Zo verwijst hij naar een fragment uit het tv-programma De Tafel van Gert, waarin een Ivox-peiling bij 100.000 Vlamingen uitwees dat negen op de tien mensen vindt dat nieuwkomers zich moeten aanpassen aan de Vlaamse samenleving of anders beter vertrekken. “Als 91 procent van de mensen één van onze zogenaamd extreme standpunten onderschrijft, dan zijn het misschien de andere partijen die extreem zijn”, redeneert Van Grieken.
Cordon sanitaire brengt populariteit
Ironisch genoeg draagt volgens Van Grieken ook het cordon sanitaire bij aan de populariteit van de partij. “Doordat men een steeds grotere groep kiezers uitsluit, moet men met meer partijen een regering vormen en een grotere ideologische spreidstand overbruggen”, verklaart de voorzitter. Dat zorgt er volgens Van Grieken voor dat er geen coherent beleid kan ontstaan, waardoor de koers nooit verandert en het ongenoegen zal blijven toenemen.
Onzekere Toekomst
Op één punt lopen de analyses van experts en politici opvallend gelijk. Volgens de politicoloog is er weinig reden om te geloven dat de opmars van radicale partijen zal stoppen of dat de politieke middenpositie opnieuw vanzelf dominant wordt. “Ik denk niet dat polarisatie zal dalen”, zegt hij.
Democratie in het gedrang
Die blijvende onvrede kan volgens de professor ook gevolgen hebben voor de democratische stabiliteit. “Mensen die zeer ontevreden zijn, die zijn met de politiek bereid om de democratie op te offeren”, waarschuwt de politicoloog. In dat opzicht verwijst hij naar internationale voorbeelden, zoals de Verenigde Staten: “acht op de tien Republikeinen vindt op dit moment dat president Trump een goed beleid voert, terwijl hij gewoon zijn eigen democratie de nek aan het omwringen is.”
De politicoloog is er toch gerust in wanneer het om België gaat. “België werd altijd een beetje beschouwd als de zieke man van Europa. Maar in politiek opzicht denk ik dat we vandaag eigenlijk een soort baken van rust en stabiliteit zijn.” Dat dankt hij grotendeels aan Bart De Wever en zijn partij.
“Als De Wever morgen een hartaanval krijgt of stopt met de politiek, dan hebben we gegarandeerd dikke, vette miserie.”
Stefaan Walgrave (UA)
Zo beschouwen meerdere experten hem als een dam tegen de radicale vloedgolf. “Dat gematigder discours, waarbij toch ingespeeld wordt op bekommernissen van een ontevreden stroom in de bevolking, heeft de N-VA tot hiertoe succes geboekt”, stelt historicus en broer De Wever vast.
Dat neemt niet weg dat alles opgelost is. “Ik denk dat we geen terugkeer gaan krijgen naar het klassieke landschap van weleer. Het is duidelijk dat een aantal nieuwe thema’s noodzaken tot een stuk herverkaveling van dat politieke landschap”, aldus de geschiedkundige.
Één van die thema’s is wederom migratie. “Je voelt heel duidelijk dat migratie een onderwerp is dat gaat blijven.” België is één van de meest welvarende regio’s ter wereld met een zeer uitgebreide middenklasse. Dat kan volgens prof. De Wever een sterke aantrekkingskracht vormen voor economische vluchtelingen. “Dat geldt ook voor politieke vluchtelingen die van de politieke vrijheden in Europa willen komen genieten. Dus ik denk dat dat een probleem is om te blijven.”
Electorale rekeningen
Toch is prof. De Wever niet zo pessimistisch. Volgens de historicus kunnen radicale partijen ooit een meerderheid overtuigen, wat tot een politieke crisis kan leiden. Maar “the proof of the pudding is in the eating”, zegt De Wever. Ook leiders als Viktor Orbán en Geert Wilders worden uiteindelijk afgerekend op hun beleid. Kiezers krijgen vroeg of laat de kans om te beoordelen of de beloofde oplossingen ook daadwerkelijk werken.
“Ik ben historicus en heb geen glazen bol om in de toekomst te kijken. Maar bij mij is het glas toch eerder halfvol dan halfleeg.”